Het ontstaan van de zesdagen bij Edel Tijdverdrijf.

 

 

 

 

                                       De zesdagen werden voor het eerst ingericht door de gebroeders Clement en Peer Backx in 1934 en 7 ploegen namen hieraan deel. De eerste twee zesdagen in 1934 en 1935 werden verschoten in het lokaal van de voorpost in half overdekte doelen in het café van Jef Stuyts nu nog café den Block op het Heuvelplein te Essen. Vanaf  1936 tot 2000 verhuisde de zesdagen naar het lokaal Edel Tijdverdrijf bij Frans Backx, die volledig overdekte doelen had gebouwd, ook in dat jaar werd Peer Backx een vaste medewerker, vanaf 2001 worden de zesdagen verschoten in café Arabieren omdat in 2000 het café Schuttershof afgebroken werd. Vooreerst waren de zesdagen in hoofdzaak ontspanning, nogal wat schutters namen het niet zo nauw met het toegelaten alcoholgehalte. Stilaan verdween het speelse en de zesdagen veranderde van uitzicht, er werd gestreefd naar prestatie en er moesten punten worden gescoord om zo dicht mogelijk bij die eerste plaats te komen, en vooral om op die zo gegeerde erelijst te komen en met foto in de eregalerij te hangen. Het is een schietkamp die zes dagen duurt, verspreid over twee weken en start de eerste zondag in december dan woensdag, dan vrijdag, dan woensdag, dan vrijdag om te eindigen de derde zondag in december,  alle schutters van het gewest mogen deelnemen.

                                        De traditie van de zesdagen is een onrechtstreeks gevolg van een weddenschap. Vader Backx, duidelijk op de hoogte van de liefdesromantiek van zijn beide zonen Clement en Peer, wilde dat een van beide zou trouwen, wie zou trouwen was voor vader Backx echter niet belangrijk. Geen van beiden had er echter zin in om al te trouwen en daarom zouden ze het lot laten beslissen. De twee broers moesten “ strooike- trek “ doen, hij die het langste strooike trok moest dan trouwen en het was Peer die het langste trok. Clement was zo blij dat hij s’avonds uit “ zottigheid “  plannen maakte voor een boogschieting-zesdaagse. Om het gebeuren zo sterk mogelijk op de wieler-zesdaagse te laten lijken, namen ze tal van reglementen over, ook het bekende truitjes-systeem en de rugnummers.

Het reglement, eenvoudig en daarom ook duidelijk voor iedereen, ziet er als volgt uit:

 

Maximaal 28 koppels mogen meedoen.

 

Enkel schutters uit het gewest worden toegelaten.

 

Elke dag moet elk koppel 40 pijlen schieten, de eerste schutter lost 15 schot, daarna schiet de tweede schutter 20 pijlen, en op het einde lost de eerste schutter nog eens 5 pijlen.

 

Enkel mannelijke schutters zijn toegelaten, voor de vrouwelijke schutters heeft men de damestweedaagse ingericht.

 

Men moet ouder zijn dan 18 jaar.

 

                                           Omwille van twee redenen laat men de eerste schutter niet onmiddellijk 20 pijlen schieten. Ten eerste wil men de schutters zo lang mogelijk in de herberg houden. Indien de eerste schutter onmiddellijk zijn 20 pijlen mocht schieten, zou hij daarna al naar huis kunnen gaan. Ten tweede zorgt dit systeem ervoor dat men bijna nooit met meer dan 25 koppels is, en zo is het nooit te druk. Onmiddellijk 20 pijlen lossen zou het systeem aanlokkelijker maken ( men kan naar huis wanneer men moe is ) en dan zou iedereen wel willen meedoen. Op deze mannier zou het maximum aantal van 28 koppels telkens overschreden worden en zou men verplicht zijn om schutters te weren, wat de vriendschap niet in de hand zou werken.                          

 

 

                               Vroeger nodigde men ook topschutters uit, afkomstig uit Nederland en andere delen van Belgie, hiertegen kwam steeds meer en meer kritiek omdat deze schutters de anderen sterk overvleugelden. Daarom heeft men er van afgezien om nog langer anderen uit te nodigen, tot grote spijt van deze topschutters.

                                Men tracht via de ploegenindeling de verschillende koppels even sterk te maken. Uit de rangschikking van het gewest, welke om de twee bondsschietingen wordt herklasseerd , haalt me op de volgende wijze de koppels, men zet de eerst gerangschikte bij de laatste, de tweede bij de voorlaatste…  Op de roos van het zesdaagsenblazoen, dat overhoeks wordt opgehangen, hangt een metalen ringetje van ong. 5 centimeter waarin de pijl moet zitten wil men de hoogste score van 6 punten behalen. Verschillend van andere schietingen is dat bij een zesdaagse blazoen de lijn door moet zijn, terwijl bij een andere schieting het voldoende is de lijn te raken om de hoogste score te krijgen.

                                 Uniek is ook dat, in tegenstelling tot elke andere schietkamp niet eerst twee proefpijlen mogen gelost worden. Ook de prestatie van de man achter de micro is uitzonderlij, die gedurende zes dagen het hele schietgebeuren begeleid en opklopt met anekdotes over de schutters die juist hun pees aan het opspannen zijn.

                                 De schutters schieten naar blazoenen met een puntentelling van 1 tot 6, een waardeschaal die sinds 1956 al niet meer officieel is.” Edel tijdverdrijf “ is fier op deze zesdagen en terecht, want overal heeft men getracht de formule na te bootsen, maar nergens kende men hetzelfde verloop.