vorige | begin | volgende

 

 

 

De Koninklijke Handboogmaatschappij

“EDEL TIJDVERDRIJF”

(1869 – 1969)

 

 

 

    10.   Na-oorlogse roem : de “Zes Dagen” (1945-1968).

     

     

         Dit verhaal wordt de lezer misschien eentonig, omdat ik verder ga met chronologisch de prestaties van “Edel Tijdverdrijf”  op te tekenen. Terwijl ik dit schrijf,is het me alsof ik in onze kasten stuk voor stuk bekers en medailles bekijk. Zij zijn toch de stille getuigen van ons werk. En moest ik, naar de mening van de lezer, wat al te veel huishoudelijke gebeurtenissen vermelden; hij gelieve te bedenken dat deze feitenvoor ons de zorgen van elke dag waren.

     

         Wij zijn in 1945 niet bij de pakken blijven zitten, alle activiteiten werden weer opgenomen : de jaarlijkse koningsschieting in eigen vereniging, het gewestelijk verbond, de landschietingen, de interlanden.

       

     

     

     

          Dit is nieuw : De Zes Dagen, reeds in 1937 ingericht en geleid door de gebroeders Clement en Piet Backx. Deze kampen kenden een zodanig en blijvend succes, dat ze tot heden jaarlijks herhaald werden. Ze allen vermelden, lijkt ons overbodig. Wel willen we herinneren aan de 25ste zesdagenschieting in december 1965. Daar was toen een officiële receptie en een macht aan prijzen, dank zij een ruime gemeentelijke toelage.

     

     

         In 1945 wist Peer Bartelen een prachtige letterhouten boog op de kop te tikken. Een duur geval die boog, die een halve eeuw voordien wel negen of tien frank moet gekost hebben. Hij mat ruim twee meter, veel te lang voor Peer zij korte armen, de zaag er in, vijfentwintig centimeter er af en klaar voor het nationaal kampioenschap in Mechelen. Wij wonnen met klank dat  eerste na-oorlogse kampioenschap. Peer had tamelijk goed geschoten, toch vond hij zijn boog nog te lang. In de vreugderoes van de overwinning zouden we allen een feestrit maken met de cakewalk op de Mechelse foor. Peer meende dat ook zijn boog recht had op deze ereronde. We werden danig dooreen geschud, maar wat erger was, Peer verloor in de botsing weer een eindje boog. Jammer, dat die dwaze cakewalk geen rekening had gehouden met de juiste lengte, die nog afmoest van de boog. Die was nu al tweemaal ingekort en nog te kort.

         Begin 1946 waren onze schietbanen in zoverre hersteld, dat P Bartelen er de koningsschieting won. We hebben in 1946 vijf leden met elk bijna een halve eeuw lidmaatschap ten grave gedragen : Jan Backx, Piet Van Gool, Norb. Peeters, Ger. Deckers en Jan Van Doren.

         Nog in 1946 : de Roosendaalse internationale wedstrijden. Tweeduizend schutters, en Edel Tijdverdrijf won de grote prijs, geschonken door Koningin Wilhelmina. We wonnen de eerste korpsprijs, met Fr. Sanders, Alb. Claessens, Karel Wijters, Jan Wijters, Peer Bartelen en Albert Brouwers.

         Trofeeën uit 1947 : koningsschieting Karel Wijters, eerste korpsprijs op internationaal concours te Heerle-Wouw met ere-kruis voor Alb. Claessens, medaille van de koningin te Rotterdam en prijs van ”Stad Rotterdam” voor Jan Wijters, Albert Claessens en Peer Bartelen in de nationale ploeg.

         1948. Drie schutters in de nationale ploeg : Albert Claessens, Karel Wijters en Frans Sanders. Met 180 punten in 36 schot schoot P. Bartelen zich tot koning. Te Achterbroek won “Edel Tijdverdrijf” met 100 punten voorsprong de kamp van het gewetelijk verbond : onze schutters tegen de 14 gezift uit de overige tien maatschappijen. Nog in 1948 legde voorzitter Ant. Gabriels de zware last van voorzitter op de jonge schouders van  Ward Backx.

         1949 Koningskroon voor Karel Wijters, en met Alb. Claessens in de nationale ploeg. Karel was dat jaar de hoogste schutter in beide landen.

         1950 Het jaar van Albert Claessens : Begisch kampioen te Brussel en koning in eigen vereniging. Te Mortsel en te Rotterdam versloeg hij de Nederlandse kampioen met     190 –177.

         Onvergetelijk : de hulde aan de kampioen te Essen bij de wedstrijd tussen Roosendaal – Gewestelijk Verbond  Essen. Honderden schutters in de Burgemeester Kennisstraat, waar van verhoog naar verhoog geschoten werd, zodat de pijlen over de hoofden der toeschouwers suisden.

     

     

     

     

       

     

     

          Onze koningen :

     

    1951 : een nieuwe belofte, de jonge schutter Ivo Dam

    1952 : Frans Brouwers,

    1953 : Marcel Backx

     

         Een triest jaar in 1954. Albert Claessens legde de boog neer. Door al die uitzonderlijke prestaties voelde hij zich toch te veel uithuizig. Hij verkoos zijn gezin boven de schuttersroem. En  Karel Wijters … hij werd de nieuwe lokaalhouder van Amecitia en moest dus voortaan wel de belangen van die vereniging behartigen.

    We hebben dat dubbel verlies lang na gevoeld.

         1956: Frans Sanders werd Keizer, nadat hij drie jaar lang zich koning schoot. En weer nieuwe koningen :Ger. Cools (1957 en ’58), Fr. Buysen (1959); Henri Mol (1960 en ‘61), Jan Backx (1962), Henri Mol (1963), Frans Van Loon (1964), Henri Mol (1965), Karel Wijters (1966), Staf Van Dorst (1967) en Frans Van Loon (1968).

    Vele jaren hadden wij leden in de nationale ploeg : Remy Backx (1959), Henri Mol (1961 en ’64), Karel Wijters en Staf Van Dorst (1968).

         Och, er was zoveel ! Op de 21ste  zesdagenschieting (1961) kwamen hier als eregasten de beide landskampioenen : P. Wolf (Ned.) en K. Sophie (Belg.). Ze gaven een aardig stukje schutterskunst ten beste.

         In 1964 kreeg Karel Wijters, de man die ons zoveel internationale overwinningen hielp behalen, heimwee naar zijn oude vrienden en hij keerde terug naar “Edel Tijdverdrijf”.

    In 1966 viel Frans Van Doren van zijn duivenhok en overleed, na 50 jaar lidmaatschap. En ook Toontje Gabriels stierf, 87 jaar oud en 50 jaar lid.

     

     

     

    vorige | begin | volgende

     

     

    Terug naar hoofdpagina