vorige | begin | volgende

 

 

 

De Koninklijke Handboogmaatschappij

“EDEL TIJDVERDRIJF”

(1869 – 1969)

 

 

 

6. Idyllische sportgenoegens op een achtergrond van verwoedde dorpspolitiek.  (1878 – 1890).

 

 

 

 

     Terwijl in elk dorp de schoolstrijd van 1879 – 1884 tussen katholieken en liberalen woedde, ging het leven in Edel Tijdverdrijf zijn stille gang.  De traditie verhaalt enkel van huishoudelijke zorgen en van sportgenot.

Rouw in 1880 : Jan Nelen uit Schanker verliet, 59 jaar oud, voor eeuwig zijn schutterij. In 1881 won Jantje Kerstens de koningstitel, en ook in het St-Sebastiaansglde haalde hij de koningsvogel neer.

Sus Backx herhaalde die dubbele krachttoer in 1882. in zijn eigen schutterij schoot hij zich drie jaar achtreen koning en werd alzo tot keizer uitgeroepen. In 1884 was het weer een schutter uit Het Pannenhuis, namelijk Sus Van Doren, die bij het St-Sebastiaansgilde de koningsvogel afschoot.

     De schutterij Backx kreeg nu aanzienlijke versterking van jonge elementen, zoals : C. Kamerling, Adr. Boden,  Adr. Van Doren, garde Henri Rosé, Jan Backx, Jan Nelen e.a. Ze vormden de meest geduchte vereniging van uren in het rond. Bij iedere wedstrijd diende men af te rekenen met de gevreesde zestallen van Sus Backx.

    De jonge leden deden de afstanden naar deze wedstrijden steeds te voet. De oudere reisden zo mogelijk met het boerengespan, tenminste als de beschikbare paarden nit om een of andere reden verhinderd waren. Reden om een paard thuis te houden : de zwangerschap, de zichtbare ondervoeding en vooral het groot aantal paarden  die op hun sokken liepen (niet beslagen) en dus niet op het hard mochten komen.

     Piet  Van Aert bezat een aantal boerenpaarden, meer overvoed dan ondervoed, vierkant beslagen en in zoverre gecultiveerd, dat men er zelfs mee op de statie kon komen. Deze nogal logge dieren hadden echter de onprettige gewoonte, om wanneer ze op het hard kwamen, eerst een mand afvalstoffen te moeten lozen vooraleer ze tot meer spoed mochten aangespoord worden. Deze onwelvoeglijkheid heeft het geduld van de schutters meermaals zwaar op de proef gesteld. Hunkerend naar de komende strijd, werd elk gerucht, dat wellicht de komst der verlossing aankondigde, met vreugde begroet. Indien dan het paard niet te kort was ingespannen , kon de operatie zonder hindernissen en onaangename gevolgen verlopen. En dan, wanneer de dampende rookslierten van de malse paardemoppen  opstegen, dan pas mocht het dier tot meer spoed aangespoord worden.

   

 

 

 

 

 

 

    Nou zullen we hem eens laten draven, zei Piet dan. Dat draven was meer huppelen. Het ging te veel in de hoogte en te weinig in de lengte. Door die ritmische hoepsabeweging leken de schutters, gezeten op de achterste bank, of ze aan het touwtje-springen waren.de schutters op de middelste bank daarentegen schenen, door hun regelmatig voor en achterwaarts buigen, dat hun algehele instemming met de opgevoerde snelheid te betuigen. Al met al, een niet onaardig reisgezelschap.

     Piet snoefde nogal graag over de kracht en de snelheid van zijn paarden. De jonge schutters besloten hem die opschepperij af te leren. Toen ze eens naar Wuustwezel moeste gaan schieten, lieten ze Piet en zijn snel paard eerst vertrekken, onder voorwendsel dat het nog veel te warm was. Piet amper weg of Jan Nelen, Jan Backx en Adr. Van Doren liepen te voet, door de bossen en velden, op Wuustwezel op aan. Toen Piet ginds zijn paard stond uit te spannen, trof hem de verassing van zijn leven : daar stonden de drie jonge knapen reeds te schieten.

 

 

 

 

 

vorige | begin | volgende

 

 

 Terug naar hoofdpagina