vorige | begin | volgende

 

 

 

De Koninklijke Handboogmaatschappij

“EDEL TIJDVERDRIJF”

(1869 – 1969)

 

 

8. Roem van “Edel Tijdverdrijf” in de landelijke federaties (1924 – 1937)

 

 

 

     Nadat reeds in 1909 de Antwerpse Federatie “De Edele Hangboog” opgericht was, kwam in 1926 te Brussel de “Belgische Federatie van Doelschieten” tot stand. Dat was bedoeld om al de schuttersgilden van het land te groeperen, het kansspel tegen te gaan en vooral het schieten op kunstblazoen in de afdelingen te propageren. De jaarlijkse wedstrijd tegen Nederland, in 1924 voor de eerste maal door de Antwerpse Federatie “De Edele Handboog” ingericht, werd door de Belgische Federatie overgenomen en kreeg daardoor het karakter van een Interlandenkamp “België-Nederand”.

     In 1929 werd door enkele vooruitstrevende schutters van Essen het “Gewestelijk verbond van Handboogschutterijen van Essen en omliggende” opgericht.

    

     Negen verenigingen uit de gemeenten Essen, Kalmthout en Kapellen traden onmiddellijk toe. Door deze organisatie werd radicaal een einde gesteld aan het verderfelijk kansspel. Er zou voortaan enkel geschoten worden op kunstblazoen, waarbij de schutters volgens hun waarde in verschillende afdelingen zouden gegroepeerd worden.

 

     Het resultaat volgde al vrij spoedig. Reeds in 1929 gelukte het Edw. Backx, samen met Alois Smeyers van “Amicitia”, zich te plaatsen in de nationale ploeg, die tegen Nederland zou uitkomen. De “Export-Beker”, in betwisting gesteld op het voetbalterrein te Horendonk, werd gewonnen door het zestal: Piet Van Riet, P. Goetschalckx en de vier gebroeders: Edw., Clem, Marcel en Ferd. Backx.

     Ook nog in 1929 trad het fameuze zestal “Gebroeders Backx” op tegen de “Heuvelschutters”. Er werd aan beide zijden hardnekkig en sportief gekampt (uitslag  1-1) en … gedronken, ten huize van voorzitter Alois Ossenblok. Van de zes Heuvelschutters leeft nog alleen Keeske Sas. Van de gebroeders Backx is Marcel, de jongste, overleden.

 

 

     Op de wereldtentoonstelling te Antwerpen in 1930 werd de titel “Kamp der Kampioenen” betwist. De beste schutters in het land dongen naar deze zo begeerde titel. Clem Backx kaapte hem. Het ereteken werd hem door burgemeester J. Kenis op de borst gespeld.

Nog in 1930 : Marcel Backx hoorde bij de nationale ploeg, die de wedstrijd op Nederland won. En te Hogerheide, op het internationaal concours, won het Essens zestal de grote prijs, geschonken door H.M. koningin Wilhelmina van Nederaland, alsmede de eerste korpsprijs en de prijs van het korpskampioenschap.

 

In 1931 veroverden onze schutters (P. Bartelen, P. Sanders, Marcel en Frans Backx) de tweede prijs op het internat. Conours bij “Willem Tell” te Etten. Ook te Nispen legden zij beslag op de beker “Al. Wijters”.

 

Te Duffel (1932) veroverden ze, op honderden buiten- en binnenlandse schutters, de “Eeuwfeestbeker Willem Tell”. Dat jaar hadden twee van onze schutters, Edw. Backx en P. Bartelen, zich kunnen plaatsen in de nationale ploeg. Eerstgenoemde scoorde te Eerstel, bij Eindhoven, het hoogste puntental, in de internat. Kamp tegen Nederland.

    

 

 

 

     Te Etten werd in 1933 bij de vereniging “Nimrod” de eerste prijs gewonnen door het zestal: P. Bartelen, P. Goetschalckx, P. Sanders en de gebroeders Edw., Clem en Marcel Backx. In de herfst wonnen onze schutters het clubkampioenschap van België.  ’s Anderendaags wapperde de Belgische vlag aan de gevel van het oude schutterslokaal, dat bij deze gelegenheid herdoopt werd “Het Schuttershof”.

     En nog wat voor dat jaar 1933. Peer Backx, één van het “zestal” trouwde en bracht zijn gemoedelijke Bertha achter de “toog”. Van huize uit herbergierster, wist zij zich wonderwel in dat schuttersgezelschap aan te passen. Een welgekomen verjonging in “Het Schuttershof”, dat sinds het verschijnen van Mieke Van Doren, in 1918, steeds een echte waardin gemist had. In 1936 zou Frans Backx, de huidige waard, de zaak overnemen en de vierde Backxvrouw binnenbrengen: Net van Pol Denissen.

 

     1934 : Peer Bartelen veroverde een plaats in de nationale ploeg en herhaalde dit in 1936, 1937 en 1938. In 1937 kreeg hij gezelschap van de jonge schutter Albert Claessens.

     We sluiten deze tussen-oorlogse zegereeksen af met twee trofeeën: de hoogste onderscheiding met medaille, geschonken door prins Bernard van Nederland, op het internat. Concours te Ossendrecht (1937) en de beker “Ons Land”, gewonnen te Horendonk.

 

 

 

vorige | begin | volgende

 

 

 Terug naar hoofdpagina